Geen tijdelijke hervatting urgentieregeling voor statushouders

Lelystad - De gemeenteraad staat het niet toe dat het college van burgemeester en wethouders alleen dit jaar statushouders nog urgentie geeft voor een sociale huurwoning.

Geen garantie

Het college had dat gevraagd, omdat men anders niet kan garanderen dat het aantal door het Rijk aangewezen statushouders, vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en dus in Nederland mogen blijven, ook daadwerkelijk kan huisvesten. En als de gemeente niet aan die verplichting voldoet, kan men daar eerst door de provincie op worden aangesproken, en kan de provincie zelfs op kosten van de gemeente die statushouders zelf gaan huisvesten.

Net uit de urgentie

Maar de gemeenteraad heeft vorig jaar, met een nipte meerderheid, besloten dat statushouders geen voorrang meer krijgen op de woningmarkt, en houdt daar aan vast. Men denkt dat het met de maatregelen van de provincie wel mee zal vallen.

Twee weken geleden staakten de stemmen nog in de gemeenteraad bij deze kwestie. Zeventien raadsleden waren voor een tijdelijke hervatting van de urgentie voor statushouders dit jaar, zeventien stemden tegen. Er ontbrak één raadslid van de PvdA: als die er toen wel was geweest, was de urgentieregeling voor dit jaar weer ingevoerd. Dat was dan mede te danken geweest aan twee leden van Leefbaar Lelystad, Wim Botter en Marianne van de Watering, die tegen de lijn van hun partij in stemden voor een tijdelijke hervatting van de urgentie voor statushouders.

Opmerkelijk

Opmerkelijk was dat fractievoorzitter Jack Schoone van Leefbaar Lelystad dinsdag aankondigde dat zijn fractie weer verdeeld zou stemmen, maar dat was niet het geval. Wim Botter bleek in de twee weken tijd van mening te zijn veranderd en stemde nu tegen de tijdelijke urgentie voor statushouders. En Marianne van de Watering ging tijdens de stemming ‘even naar het toilet’ en stemde dus niet mee.

Het betekent dat het college op zoek moet naar een andere oplossing voor het huisvesten van statushouders, of niet aan de door het Rijk opgelegde verplichting kan voldoen.