Stationsplein
Door Kees Bakker

Noordzoom

Lelystad - Veel van de woede over de Noordzoomplannen richt zich op wethouder Janneke Sparreboom. Politiek wordt er gesteld dat de communicatie in dit traject niet goed is geweest. Dat is een waarheid als een koe, die achteraf ook makkelijk te stellen is. Of, om de koe er nog even bij te halen: achteraf kun je een koe in de kont kijken.

Er had eerst met de omgeving gepraat moeten worden, was al enkele keren in de raadszaal te horen. En dat is ook zo, maar als de wethouder dat gedaan had, was het waarschijnlijk ook niet goed geweest. Want dan hadden raadsleden zich weer afgevraagd waarom er met bewoners wordt gepraat over plannen die de gemeenteraad nog niet kent. Kortom: het is niet goed of het deugt niet.

Waar het op neerkomt is dat er in eerdere notities ook al over woningbouw in de Noordzoom is gesproken, en dat er toen niemand in de gemeenteraad aan de bel heeft getrokken of gezegd heeft ‘Daar niet!’ Dat is pas gebeurd nadat de publieke tribunes volliepen en bleek dat er heel veel verzet was tegen de plannen. Die, ook goed om nog eens te stellen, niet concreet waren, maar nog in de verkenningsfase zaten. Dus de gemeenteraad moet niet te fel van leer trekken, maar ook naar zichzelf kijken. Anders heeft men wel wat, komen we toch weer bij de koe terecht, boter op het hoofd.

Nu heb ik begrepen dat de nieuwe Omgevingswet die over twee jaar in werking treedt wel voorschrijft dat er over plannen op ruimtelijk gebied eerst met de directe omgeving wordt gepraat. Dat lijkt me een goede zaak.