Frisgroen
Door Ingeborg Swart

Plantjes kweken

De natuur buiten is heerlijk en onmisbaar, maar een beetje groen binnen doet ook wel wat. Zeker omdat ik geen eigen tuin heb, kleed ik mijn huisje graag aan met allerlei plantjes.

En het allerleukste is natuurlijk om die helemaal zelf te kweken. Het plezier dat je kunt hebben door eerst de bescheiden kleine puntjes in de potgrond te plaatsen, trouw hun behoeften in de gaten te houden en trots toe te kijken als ze groeien, heerlijk! Soms heb je meteen resultaat, soms duurt het een aantal weken (of langer!) en soms mislukt een poging gewoon. Ik wacht nog steeds tot mijn cactuszaadjes gaan uitgroeien: twee kleine puntjes zijn inmiddels, na een paar maanden, zichtbaar. Mijn theeplant lijkt de winter weer te boven te komen, al scheelde het niet veel. En zaadjes uit hetzelfde pakje die bij mij netjes uitgroeiden tot een flinke bos tijm, bleven bij een bevriende plantenliefhebber volledig levenloos. Waar dat dan aan ligt… Ach, zo blijft het wat spannend.

Meestal kom je een heel eind door simpelweg zaadjes in potgrond te stoppen en af en toe water te geven. Maar soms moet je wat meer doen. Dan moet je als ‘tuinier’ hard werken om de processen uit de natuur na te bootsen. Dat maakt het extra leuk. Je gaat dan nadenken over waarom je bepaalde dingen moet doen, welk deel van de natuur je probeert na te doen. Veel planten uit koele klimaten hebben een periode van kou nodig om te beginnen met groeien. Die zaden moet je een tijdje in de koelkast leggen, of soms zelfs in de vriezer. Zo doe je net alsof het een strenge winter is geweest, en zullen ze bij voorjaarstemperaturen in actie komen.

Andere planten hebben vooral heel erg dorst, voordat ze gaan kiemen. Veel soorten bonen, waaronder veel bonensoorten, kun je het beste een etmaal in een bakje water zetten voordat je ze in de aarde stopt, zodat de harde schil zachter wordt of zodat groei-belemmerende stofjes wegspoelen. In de natuur wordt dat gedaan door bijvoorbeeld voorjaarsbuien of het smelten van sneeuw of ijs, dat zijn voor de plant aanwijzingen dat het tijd is om uit de ruststand te komen en te gaan groeien.

En dan zijn er ook nog de gevallen die een hardhandige aanpak nodig hebben. De zaden die je, tegen al je verzorgende instincten in, moet beschadigen voordat ze tot leven kunnen komen. Pas wanneer je de buitenlaag van hun schil zo beschadigt dat er water doorheen kan, zullen zaden als die van bijvoorbeeld de iris gaan groeien. Een bewerkelijk proces als dat klinkt wat gek. Als ze zoveel voorbereiding vragen, hoe kunnen zulke planten dan ooit in de natuur groeien? En toch zijn ze er ontstaan, er zijn maar heel weinig planten die van mensen afhankelijk zijn. Het beschadigen of schuren door ons is te vergelijken met het ruwe effect van grind of zand op de zaden. Of het effect van de grintmaag van vogels, die proberen het gekke ding te verteren. Wanneer zo’n zaadje toch de vogel weer verlaat, is hij hoogstwaarschijnlijk een flink stuk verplaatst. Zo kan de plant zorgen dat zijn zaden op meer plekken terecht komen dan alleen dicht om hem heen. Als je zo met planten en zaadjes bezig bent, kun je je heerlijk verwonderen over hoe goed de natuur in elkaar zit.

Puur genieten!