Vrij wonen in Noordoostpolder is niet vanzelfsprekend. Hoe zit dat?

Nagele - Door schaalvergroting in de agrarische sector komen veel boerenerven vrij en of leeg te staan. Dat leidt mogelijk tot verpaupering op het platteland. De erven kunnen de functie agrarisch vaak niet meer behouden, en ondertussen willen heel wat mensen graag vrij wonen. Maar het proces van agrarische bestemming naar een woonbestemming is een lange en vooral dure. Hoe zit dat?

Door Alexander Drost

Makelaar Johan van der Slikke van Makelaardij Schokland geeft duiding. ‘In de Noordoostpolder zijn 1800 agrarische objecten uitgegeven vertelt hij. ‘Door de schaalvergroting zie je dat veel van deze erven vrijkomen. De verwachting is dat 1 op de 4 van deze objecten een agrarische functie blijft behouden. Voor het overige deel moeten we dus een andere invulling vinden.’

Bestemmingsplan

Van der Slikke krijgt genoeg mensen over de vloer die maar al te graag in een boerderij of woning in het buitengebied willen wonen. Zie daar de eerste problemen ontstaan. De gemeente gedoogt wel, geeft Van der Slikke aan, maar financiers doen er moeilijk over. Een bedrijf, want zo wordt een boerderij met agrarische bestemming kortweg gezien, kan niet als particuliere woning worden gefinancierd. Je zou zeggen: een simpele wijziging en klaar ben je. Maar er is een lange officiële en dure weg nodig om dit voor elkaar te boksen. Hoe kan dit?

‘Particulieren kunnen een woonboerderij, die relatief niet duur is, moeilijk financieren vanwege die agrarische bestemming. Je kunt een bestemming inderdaad wijzigen, maar dan komt een volgend probleem, vooral hier in de Noordoostpolder. ‘Op dit moment is er geen officieel bestemmingsplan (in dit geval ‘bestemmingsplan landelijk gebied’). Dat plan moet eens in de 10 jaar herzien worden. Het oude plan is in 2004 opgesteld en had in 2014 al een keer herzien moeten worden. Daar heeft de gemeente hard z’n best voor gedaan’, geeft Van der Slikke aan. Weerstand was er ook. ‘Er is vanuit de provincie Overijssel bezwaar tegen aangetekend, met name vanuit de Weerribben. Dat is een natuurgebied, de veehouderij zou te veel stikstof uitstoten richting dat gebied.’

Beheersverordening

Enfin, het nieuwe bestemmingsplan kwam er niet door. De verklaring, zoals te lezen in de beheersverordening Landelijk gebied (te vinden via de website van de gemeente Noordoostpolder: ‘Voor het verordeningsgebied is momenteel nog geen bestemmingsplan in voorbereiding. Dat heeft te maken met de voortdurende onduidelijkheid rondom de stikstofproblematiek. Omdat het de verwachting is dat er geen nieuw ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt op het moment dat het vigerende bestemmingsplan 10 jaar oud is, heeft het gemeentebestuur ervoor gekozen een beheersverordening vast te stellen voor het landelijk gebied van Noordoostpolder.’

Van der Slikke: ‘De gemeenteraad heeft in al z’n wijsheid besloten het nieuwe bestemmingsplan op te schorten, tot er naar verwachting in 2021/22 nieuwe wetgeving is en te kiezen voor de beheersverorderning’, vervolgt de agrarische makelaar. ‘Dat houdt voor makelaars en mensen, die een bestemming willen wijzigen, in dat met twee dingen rekening gehouden moet worden. 1: er moet worden teruggevallen op het oude plan uit 2004. En 2: Het college van B&W heeft niet meer de zogenaamde wijzigingsbevoegdheid. En dat laatste houdt in dat, op het moment dat iemand een bestemming op een perceel wil wijzingen, er een hele lange en dure procedure aan vooraf gaat. Diegene is minimaal 9 maanden onderweg, maar ook bijna 10.000 euro lichter. Het is dus een kostbare aangelegenheid.’ Van der Slikke geeft aan dat het een ‘lastige situatie is’, waar ‘de gemeente niks aan kan doen’. Want, vertelt hij: ‘Dit zijn wettelijk voorgeschreven procedures. We hebben de Wet op Ruimtelijke Ordening, daar staan dit soort procedures in beschreven en daaraan heeft de gemeente zich te houden.’

Verandering

Er moet daarom iets veranderen. Gewacht kan worden tot 2021, maar dat is nog best een eindje weg. De gemeente zit bovendien niet stil. Zo loopt er een pilot voor 26 boerderijen. Van der Slikke: ‘Daar mogen mensen eventueel op hun erf een schuur afbreken om er een tweede woning te bouwen, of deze woning in de schuur bouwen. De gemeente voorziet hierin. Het is een voorbereiding op het te verwachten nieuwe bestemmingsplan’, verwacht de makelaar. ‘De gemeente is aan het kijken of dergelijke regeling kan worden opgenomen in het plan.’ Twee woningen op het erf dus. ‘Dat voorkomt een stuk verpaupering op het platteland en maakt het leefbaar, bewoonbaar en het wordt onderhouden.’ Bijkomend voordeel: ‘De ondergrond onder een woning is veel meer waard dan de grond onder een schuur. Op het moment dat je de schuur afbreekt, waardeer je de grond op. Het mes snijdt dan aan twee kanten, zeker als bij de afbraak ook nog eens sprake is van asbestsanering.’