Frisgroen
Door Ingeborg Swart

In de diepe, diepe zee

Meestal probeer ik te schrijven over onderwerpen dicht bij huis of gerelateerd aan onze manier van leven. Toch is het stiekem ook heerlijk om af en toe na te denken over totaal andere plaatsen, andere werelden bijna. De zee bijvoorbeeld. En laten we het dan ook meteen goed doen. We dalen af naar de diepst bekende plek die in de oceanen te vinden is: de Marianentrog.

Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar op sommige plaatsen zijn de grotere zeeën kilometers diep. In het geval van de Marianentrog is dat zelfs 11 kilometer. Over die duistere diepten is nog nauwelijks wat bekend. Een deel van de fysieke kenmerken wel, maar voor de rest… Er leven namelijk ook allerlei dieren.

Hoe ongelofelijk het ook lijkt, zelfs kilometers onder water weten die nog te overleven. Behalve dat het er donker is, hebben de beestjes ook met een enorme druk te maken. Al dat water boven ze drukt immers naar beneden. Er wordt wel eens gezegd dat de druk in de trog vergelijkbaar is met wanneer de Eiffeltoren volledig op je grote teen zou steunen. Dat is best heftig, niet?

Onderzoekers hebben nu een van de vissen die in de Marianentrog leeft onderworpen aan uitvoerig onderzoek, om uit te vinden hoe hij kan overleven op die plek. De slakdolf leeft op ongeveer zeven kilometer diepte in het diepste stuk van de trog.

Ze wisten al dat de vissen geen botweefsel hebben, en hun ‘botten’ volledig uit kraakbeen bestaan, daarmee kan hun skelet beter tegen hoge druk. Door de genen van de vissen te bestuderen, zagen de onderzoekers dat de vissen ooit wel echt bot hebben gehad, maar dat de genen daarvoor zijn uitgeschakeld. Ooit zijn de vissen dus steeds dieper afgedaald totdat het voordeel bood om structuren van kraakbeen te hebben. (Er bestaan ook vissen die nooit botweefsel hebben gehad, dat zijn de ‘primitievere’ vormen van vis. Vandaar dat het een interessante ontdekking is, evolutie terug naar een eerder systeem.)

Ook hebben de vissen genen die zorgen dat bepaalde vetzuren meer aanwezig zijn. Door die stofjes blijven de omhulsels van hun cellen langer flexibel. Bij extreme druk zouden de buitenkanten van de cellen anders star worden, waardoor de vis snel het loodje zou leggen. Enkele andere genen zorgen ervoor dat eiwitten bruikbaar blijven, in plaats van gek in elkaar te vouwen.

Al met al heeft een dier flink wat aanpassingen nodig om in de diepten van de zee te overleven. Van de slakdolf is nu bekend wat hij doet, wie weet komen we er ook bij andere dieren nog achter. En zo niet, tja, dan is het mysterieuze van die enorme diepten eigenlijk ook wel heel mooi.